donderdag 24 april 2008

afgedwongen estafette


ze zegt dat ik een van de weinige webloggende mannen ben die haar doet lachen en dat ik daarom een doorgeefopdracht van haar krijg. maar ze zegt bovendien dat ze niet verwacht dat ik de opdracht aksepteer, waarop ik haar in haar kommentaardingetje uitleg dat ik daar inderdaad helegaar niet van hou, van estafettestokjes, dat ze me kennelijk goed in de smiezen heeft, dat ik het dus echnie doe, waarop zij weer bedrukt zegt dat ze daar niet om kan lachen.
wat moet ik dan? ben ik van steen? wil ik een treurende Gentse restaurantrice op mijn geweten hebben aan wier etablissement ik in mijn eerste Sint-Niklaasse schouderperiode ook al eens voorbijgereden ben zonder binnen te gaan?
welaan, ik herpak alsnog het dichtstbijzijnde boek, een digitaal boek, open de min of meer honderdrie├źntwintigste digitale bladzijde (min of meer, want als ik een groter dan wel kleiner lettertype kies wordt het paginanummer hoger of lager), zoek dus een willekeurige vijfde zin en de volgende drie zinnen en reproduceer ze hier, uit de Wandelaar, van Adriaan van Dis:
5. de stem beval haar geen contact meer te zoeken. 6. 'blijf op uw post.' 7. lange wandelingen zaten er voorlopig niet in. 8. de tweede brief toonde een rustiger handschrift: Sri maakte zich zorgen om Fanta.
waarmee dit stokje alsnog in schoonheid sterft.

Geen opmerkingen: